Een overzicht van dieren die je op een kinderboerderij kunt tegenkomen

 

 Alpaca

De alpaca (Vicugna pacos) (in de volksmond soms ook Berglama genoemd) is lid van de familie Camelidae (kameelachtigen) uit Zuid-Amerika. Behalve de Alpaca bestaan er nog twee soorten lama's, de vicuña (Vicugna vicugna) en de guanaco (Lama guanicoe). De guanaco is de nauwst nog levende verwant van de gedomesticeerde lama, en mogelijk de wilde voorouder. Alle lamasoorten zijn nauw verwant aan elkaar en de hybrides zijn vruchtbaar.

De alpaca wordt in de hoge Andes als huisdier gehouden. Hij heeft een schofthoogte van 90 cm., met een lange vacht, dikwijls tot aan de grond reikend. De vacht komt voor in meer dan 22 erkende kleurslagen. Bontgekleurde dieren zijn veel zeldzamer.


De alpaca leeft op de hoogvlakten van Bolivia en vooral Peru, met name de hoogvlakte van het Titicacameer in de districten Puno, Cusco en Arequipa. De alpaca gedijt het beste op een hoogte van 4400-5300 meter waar een geringe luchtvochtigheidsgraad heerst. Daarentegen geeft hij wel de voorkeur aan zachte, vochtige grond voor zijn gevoelige pootjes, met mals gras en veel poelen om zich in te wentelen.

De alpaca wordt voornamelijk gehouden voor de wol. Door kruising met de vicuña is de kwaliteit van de wol sterk verbeterd. Er zijn twee verschillende typen, welke enkel in de wol verschillen. De Huacaya heeft een zachte licht krullende vacht en de Suri heeft lange dikke lokken. Het scheren gebeurt jaarlijks. Alleen al door te voelen kunnen Indiaanse vrouwen de wol in minstens vijf verschillende kwaliteitsklassen indelen.

Een alpaca wordt gemiddeld 25 jaar oud.

 

 

 Cavia

De huiscavia (Cavia porcellus) is de meest voorkomende cavia. Het is een knaagdier dat van nature in de Andes voorkomt en waarschijnlijk zo'n 3000 jaar geleden door de voorlopers van de Inca's is gedomesticeerd. Nu is het een gangbaar huisdier in Europa
.Cavia's werden voor het eerst gedomesticeerd door de voorlopers van de Inca's in wat nu Peru is. Uit genetisch onderzoek blijkt dat dit vermoedelijk maar één keer is gebeurd, ca. 3000 jaar geleden.
Cavia's zijn in Peru, Bolivia en Ecuador nog steeds een belangrijk voedseldier, dat vaak in huis wordt gehouden. Het dier wordt onder andere gevoed met etensrestjes van het gezin, ongeveer zoals in Europa vroeger kippen of varkens werden gehouden. Onder de naam cuy (spreek uit als koei) wordt het nu nog op markten geroosterd en verkocht. Cavia's vormen het hoofdmenu op sommige trouwfeesten in Peru en vervullen bij traditionele genezingsrituelen de rol van opvanger van boze geesten. De traditionele geneesheer gebruikt het beestje om over het lichaam van de patiënt te halen, de cavia neemt over wat er mis is met de patiënt. De geneesheer bekijkt vervolgens de ingewanden van de geslachte cavia en kan hierdoor bepalen wat er mis is met de patiënt.
Nederlandse en Engelse handelaren introduceerden vermoedelijk cavia's in Europa, waar ze al snel als exotisch huisdier populair werden. Koningin Elizabeth I van Engeland had bijvoorbeeld een cavia.
Cavia's zijn geen varkentjes en ze komen niet uit Guinea. Waarom cavia's dan toch als 'biggetjes' werden betiteld is onzeker maar dit heeft waarschijnlijk te maken met de piepende en knorrende geluiden die ze frequent maken en met de gedrongen lichaamsvorm. Anderen zeggen dat het komt doordat cavia's ongeveer als biggetjes smaken. Zowel in de Latijnse, Nederlandse, Friese, Duitse, Deense, Roemeense, Zweedse als Engelse naam komt het varken terug. 'Guinees' wordt volgens sommigen afgeleid van een guinea. Dit is een oude Engelse munt van 21 shilling, wat in die tijd wel een vorstelijk bedrag zou zijn geweest om zelfs voor een exotisch huisdier te betalen. Anderen denken dat 'Guinees' afkomstig is van 'Guyana' (als in Frans-Guyana, buurland van Suriname) maar die benaming was naar men zegt nog niet in gebruik toen de cavia werd ontdekt; weer anderen wijzen erop dat schepen, van Zuid-Amerika terugkerend, vaak eerst Guinea aandeden.

 

 

Dwerggeit

De West-Afrikaanse Dwerggeit is zeer populair in Nederland, vooral omdat dit ras erg levendig is, maar ook vooral zijn afmetingen.
De Dwerggeit heeft een korte,dichte, glanzende vacht, met veel verschillende kleurslagen. Een veel voorkomende kleurslag is bruin met een zwarte aalstreep

 

 

Chinchilla

De chinchilla is bekend vanwege zijn zachte en dichte vacht: er groeien 40 tot 120 haren uit elke haarwortel. Chinchilla's kunnen verschillende kleuren hebben: grijs, beige, wit, bruin en zwart. Een combinatie van kleuren en tinten is mogelijk. Chinchilla's verzorgen hun vacht door te baden in speciaal zand. Hierdoor wordt het vuil en vettigheden opgenomen. De snorharen van de chinchilla kunnen tot een derde van de lichaamslengte van het dier zelf bereiken.

Chinchilla's zijn groepsdieren. Het wordt daarom aangeraden om chinchilla's in gevangenschap in groepen te houden. Het samenhouden van alleen vrouwtjes of alleen mannetjes is geen probleem. Als men meer dan één bokje bij vrouwtjes zet, leidt dit echter tot ruzie onder de bokjes met mogelijk de dood tot gevolg.

Chinchilla's zijn behendige klauteraars. Hierbij kan het wel eens voorkomen dat er botbreuken ontstaan door een val. Simpele botbreuken genezen snel bij deze dieren.